Mest nu zelf!

Onze moestuin bemesten we. Zo heet dat.  En daarvoor kun je bij Velt biologisch bemestingsadvies krijgen – gratis als je lid bent. Dat bemestingsadvies geeft dan aan hoeveel compost, kalk en nog een paar zaken je best aanbrengt op je grond, maar zegt niets over … mest.

Wie ecologisch tuiniert, werkt met compost. Als je die zelf maakt, kun je daar heel wat mest in kwijt, ja. Rechtstreeks mest ondergraven, dat is not done  in biologische moestuinen, want niet goed voor je bodemleven, bijvoorbeeld. Wat wel mag, en heel hard mag: mest in je composthoop verwerken, en ten tweede je tuin tijdens de winter afdekken met mest van bijvoorbeeld paarden.

Hoe ging dat vroeger?

Voor de komst van de aardolie verzamelden de boeren alle mest die ze vast konden krijgen.

Ten eerste: dierlijke mest. Door de verpaarding van het Vlaamse verkavelde landschap gooien paardenliefhebbers je tegenwoordig om de oren met hun keutels, maar dat was ooit anders. Dieren dienden eeuwen lang niet enkel als lastdier of voedsel, maar soms (vooral) voor de mest die ze produceerden.

Van voor de Keltische tijd tot aan de industriële revolutie bestonden Europese dorpscentra namelijk uit hoeves met daar rond de akkers. Op de gronden aan de rand van het dorp lieten de boeren hun dieren dagelijks grazen. Door die dieren in de potstal te laten overnachten en/of overwinteren kon de boer dan de nodige mest verzamelen om zijn akker (dicht bij het erf)te verrijken. Biomassa stapelen, heet dat nu in permacultuurliteratuur.

Zo kreeg je aan de dorpsrand uiteindelijk verschraalde gebieden, waar dan enkel heide wou groeien. Aan veel buitenwijken plakt die naam zelfs nog: Veerle-Heide, Rotselaar-Heikant, bijvoorbeeld. Meer nog: het volk dat in dat marginale gebied woonde, ging – door de afstand – nooit ter kerke, en heette daarom letterlijk heidenen. Allez, dat weten we dan ook alweer…

Mensenmest?

En dan: onze eigen, menselijke mest. Duizenden jaren lang werden menselijke meststoffen in de landbouw gebruikt; waarom doen we dat nu niet meer? Ooit werd er zelfs zeer lucratief handel gedreven in menselijke uitwerpselen – lees hierover de onvolprezen Nederlandse vertaling van ’Farmers of forty Centuries’ van F.H. King, door Sietz Leeflang, getiteld ‘Vierduizend jaar kringlooplandbouw‘. Nu spoelen we onze drol gewoon zover mogelijk weg, met massa’s drinkbaar water, meestal. Tonnen en tonnen stikstof, fosfor en kalium gooien we zo weg.

Wie nog niet bekend is met het composteren en hergebruiken van eigen plas en drol: leess Humanure, het heerlijke boek van Joseph Jenkins. Mijn slogan mag er ook zijn, vind ik: Sluit je kringloop, open je kringspier!

Serieus nu: de meest voor de hand liggende output van de mens is immer wat er uit ons zelf komt.

Composttoiletten zijn er in verschillende soorten en prijzen. Zelf heb ik een poepsimpel getimmerd model met een emmer eronder. Kijk naar je gemak en je portemonnee!

Iedere tuinbezoeker wordt hier ook uitgenodigd om het toilet te bezoeken. Steevast heb ik het dan over de blijde boodschap of een persoonlijke bijdrage aan de vruchtbaarheid van de tuin. Aan het composttoilet ligt dan ook een A4-tje met de nodige instructies en motivatie: zo wordt het toiletbezoek helemààl interessant.

Voor fronsende, nieuwsgierig geworden lezers:

  • Zo’n zelfgeknutseld verplaatsbare toilet gaat wel eens mee op voordrachten: handig!
  • Het staat meestal achter in het tuinhuis; iets te fris in de winter, dat wel;

    composttoilet anno 2014, met grote curverbak als opvang
    composttoilet anno 2014, met grote curverbak als opvang
  • Ik strooi met kaf, dat ik gratis bij een maalder haal; zaagsel of houtsnippers werken even goed, hoor;
  • Ik laat de emmer niet te vol worden…;
  • De inhoud gooi ik op de composthoop en daar broeit alles lekker mee tot een mooi eindproduct. Uiteraard moet je een kringloop van heel eventuele besmetting voorkomen, door goede compostering. (Terzijde: kattendrollen in de moestuin, dat is pas een haard van wormbesmetting!)

Hoe zit het met de hormoonverrijkte damesplasjes, met onze uitscheiding na inname van antibiotica. Kunnen onze bodemfauna en –flora wel omgaan met al die farmaproducten?
Antwoord van http://villavanzelf.wordpress.com: die pillenrestjes worden beter (en zelfs volledig) afgebroken in een warme composthoop dan in (koud) oppervlaktewater.

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s