Onze pompoenen

Pompoenen: heerlijke winterkost!

Elke herfst leiden ontelbare pompoenen een kwijnend decoratief bestaan aan de voordeur van hun baasjes. Prima, want pompoenen mogen natuurlijk ook gezien worden. Maar: bij de gemiddelde verkavelingsvlaming liggen die pompeuze vruchten te pronken van eind augustus tot ze jammerlijk bevriezen – na de dooi resteert dan een rottende pap. Zonde, vind ik!

In dit artikel wil ik pleiten voor goeie rassen en betere oogst- en bewaarmanieren. Zo kunnen pompoenen een prachtige zelfvoorzieningsgroente worden voor de hele winter! O, en hier vind je alvast véél recepten.

Nazomerweeën

Onder de bladerweelde  liggen vanaf half augustus tientallen pompoenen op het voorraadveld. Al twintig jaar verschijnen knalrode of –oranje pompoenen dan ook al bij de groenteboer. Ook damesbladen reppen zich om tijdens de eerste schoolweek uit te pakken met glossy pompoenrecepten.
Wij wachten er ons wel voor om onze pompoenen zo vroeg te plukken: op kleur zijn ze immers wel, maar lang nog niet op smaak. Hun steel moet immers helemaal verkurkt zijn voor ze echt plukklaar zijn, en dat kan rustig duren tot oktober. Tot dan vormen de suikers en andere goeie stofjes zich in de vruchten. Alles op zijn tijd.

Nog zoiets: vanaf half augustus krijgen onze (en ongeveer alle) pompoenbladeren schimmelplekken, die steeds erger worden. Meeldauw dus. Wat doe je ertegen? vragen mensen me. Niks dus: die schimmel breekt stilaan de bladeren af, de laatste voedingsstoffen gaan naar de vruchten, zo is dat als je pompoenen rustig laat rijpen tot half oktober. Tegen dan zijn alle bladeren echt afgestorven, en zijn de vruchten gewoon heel makkelijk te vinden op het veld. We laten de resterende ranken verder gewoon liggen en vergaan: zo blijft het perceel mooi afgedekt, onkruidvrij en vol bodemleven tot het volgende voorjaar.

Een beetje plantkunde.

Er zijn vooral drie pompoensoorten in onze tuinen en keukens:

  • Cucurbita Maxima: bij volledige rijpheid verkurkt de steel van deze soort. Min of meer bekend zijn Rode van Etampes en Grijze Centenaar, Red Kuri en andere hokkaido’s, Hubbards, …
    Maxima betekent grootste in het Latijn: geen enkele andere vrucht wordt zo groot – het record voor Atlantic Giant staat op 900 kilo, geloof ik. Zoals je al begrijpt, doen we niet mee aan pompoenwedstrijden of -schietingen. Voor ons gaat kwaliteit boven kwaliteit…
  • Cucurbita Pepo kun je vooral herkennen aan de scherpe stekeltjes op de blad- en vruchtstelen. Tot deze soort horen courgettes, patissons, Sweet Dumpling en aanverwanten, maar ook oneetbare siervruchten in bochten en wratten, halloweenrassen, enz.
  • Cucurbita Moschata is minder bekend in onze streken omdat deze soort meer warmte nodig heeft om af te rijpen. Een beschutte, zonnige plek helpt dus al, en wij hebben gelukkig een leuke zuidhelling waar we dit type kunnen kweken.
    Typisch is de okerkleurige schil bij volledige rijpheid. Musquée de Provence is groot en geplooid; dit ras vind je al eens (in stukken gesneden) in je supermarkt; verder wint de peervormige Butternut terecht aan bekendheid.

Belangrijk om te weten: binnen elke soort kunnen alle rassen met mekaar verbasteren. Daarover meer in de vragenronde onderaan.

Van zaad tot vrucht

Ik zaai binnen omstreeks 20 april, met het puntje van het zaadje naar beneden, in een 9 x 9 potje met potgrond. Rond 15 mei gaan de jonge plantjes buiten, en krijgen ze elk minstens 1 m2.

Goeie grond, met veel mulch, helpt wel om de planten snel in de groei te krijgen. Toch even opletten in het begin, want slakken lusten wel een fris pompoenplantje. Onze remedie: bij het uitplanten wat houtas strooien rond elk plantje. Zo blijven de slakken een tijd op afstand, en de kalium die uit de as vrijkomt, stimuleert later de vruchtvorming.

De meeste pompoenrassen ranken vlot. Let er eens op: overal waar stengelknopen de grond raken, gaan die adventiefwortels aanmaken, waarmee ze hun territorium gestaag uitbreiden. Die groei kun je stimuleren door de bodem regelmatig met dunne laagjes grasmaaisel te bedekken: dat verteert vlot en verschaft voeding aan de pompoenplanten.

Ook je composthoop kun je zo beplanten met een paar pompoenen: ze zullen je hoop al snel met de mantel der liefde bedekken.

Onder de bladerweelde liggen vanaf half augustus tientallen oranje pompoenen: op kleur zijn die vruchten wel, maar lang nog niet op smaak. De steel (tenminste van de soort Cucurbita maxima – zie boven) moet immers helemaal verkurkt zijn voor ze echt plukklaar zijn, en dat duurt langer dan de Libelle denkt!

Oogstdag!

Omstreeks half oktober – net voor de eerste nachtvorst – trekken we dan met snoeischaar en kruiwagen naar de pompoenbedden in onze samentuinen. Daar liggen alle vruchten nu goed zichtbaar, want het loof is helemaal vergaan, met dank aan meeldauw en andere schimmels.
Voorzichtig knippen we de steel door, op ongeveer 1 cm van de vrucht. De ervaring heeft ons geleerd dat langere stelen immers makkelijk afbreken tijdens transport en opslag, en steelloze pompoenen bewaren nu eenmaal niet lang.
De oogst verdelen we makkelijk onder alle medetuiniers: elk jaar weer is er die grote overvloed, zodat niemand moeilijk doet of te kort komt.

Sweet Dumpling: al vele jaren een zoete wintergroente
Sweet Dumpling: al vele jaren een van onze favoriete wintergroenten

Op het rek

De karrenvracht pompoenen komt uiteindelijk – wat ons gezin betreft – op rekken onder onze keldertrap terecht. Daar is het luchtig, en net warm genoeg om een lange bewaring te garanderen: ideaal is immers tussen de 8 en 18 graden. Op elk schap leggen we toch nog eerst een krant, die eventuele rotte pompoenen de kans ontzegt het hele rek te bevuilen.
Van dan af wordt het een kwestie van om de twee weken de hele oogst even te inspecteren, en pompoenen met rotte plekjes er meteen uit te halen.
In de weken en maanden na de pluk rijpt het gros van de pompoenen nog na, zodat de ideale verbruiksperiode eigenlijk tussen november en januari ligt. Daarna zullen de nog resterende pompoenen stilaan minder zoet en minder sappig worden.

Goeie rassen, goeie recepten

Met pompoenen bedoel ik natuurlijk vooral de Hokkaidotypes, plus heel wat andere compacte, zoete rassen, waarmee je veel meer kunt bereiden dan alleen maar soep.. Enkele recepten bundel ik elders nog: schrik niet van de onbekende namen en ongekende mogelijkheden. Deze pompoenen zijn voor ons namelijk een volwaardige wintergroente, wat je helemaal niet kunt zeggen van hun reusachtige verwanten die elk jaar weer de krant halen. Die Atlantic Giants wegen dan wel een halve ton en zijn op zich allicht leuk, maar moeten we dan ook niet eens de Gouden Uil gaan uitreiken aan het dikste boek?

Vaak gestelde vragen over pompoenen

Vraag 1: Wat is het verschil tussen die grote, gewone pompoenen en die kleine?

Antwoord:

Kleine pompoenrassen bevatten in verhouding minder water en meer voedingsstoffen (suikers, vitaminen en mineralen).

Daardoor hebben ze al meer smaak; verder zijn ze makkelijker te bewaren en te verwerken.

Mijn advies: kies voor kwaliteit, in plaats van kwantiteit.

Vraag 2: Hoe kun je weten of een pompoen rijp is?

Antwoord:

Wacht lang genoeg! De meeste pompoenrassen zijn pas goed rijp vanaf ten vroegste eind september. Eerder geoogste vruchten hebben nog niet hun volle smaak ontwikkeld, en dan moet je je gerecht serieus bijkruiden om er smaak in te krijgen.

Dé manier om rijpe Maximapompoenen te herkennen: hun steel is niet meer groen, maar dor en verkurkt.

De meeste pompoenen worden nog iets lekkerder na een paar weken bewaren.

Courgettes oogsten we natuurlijk onrijp, de hele zomer en nazomer door. Zolang je je duimnagel nog door de schil kunt drukken, zijn ze optimaal lekker; later worden ze meliger en de schil moet je er dan ook afhalen.

Vraag 3: Kun je van pompoenen alleen maar soep maken?

Antwoord:

De meeste pompoenen zijn prima bruikbaar voor soep, maar er zijn ook honderden andere recepten. Overigens: tomaat in pompoensoep lust ik niet.

Reuzenpompoenen smaken erg flauw, en dienden vroeger als varkensvoer; onrijp geoogste pompoenen moeten eindeloos opgepept worden met allerlei smaakmakers.

Goeie, rijpe rassen hebben van zichzelf al een volle smaak. Er zijn ook rassen die te zoet zijn om soep van te maken: die kun je bijvoorbeeld gebruiken voor desserts! Mijn advies: met lekkere pompoenen kun je van voor- tot nagerecht smullen. Onze favoriet: hokkaidopompoen in schijfjes stoven in olijfolie en behoorlijk wat sojasaus. Simpel, lekker!

Voor al onze recepten kijk je hier.

Vraag 4: Hoe kun je pompoenen best bewaren?

Antwoord:

Zie boven: onze pompoenen bewaren vanzelf!
Diepvriespompoen verliest veel smaak en textuur. Niet meer doen, dus!

Vraag 5:Wat is het verschil met sierfruit of sierkalebassen?

Antwoord:

De naam sierfruit wordt gebruikt voor kleine, oneetbare sierkalebassen.

Die worden jammer genoeg gemakkelijk verward (en gekruist) met bepaalde kleine, lekkere pompoenrassen.

Zorg dus dat je weet welk ras je in handen hebt.

Mijn devies: Liever een straathond en een raspompoen, dan andersom.

Vraag 6: Hoe kun je nu weten of een pompoen eetbaar is?

Antwoord:

Lang niet alle pompoenen (en kalebassen enzovoort) zijn eetbaar.

Test een onbekende pompoen zo:

  • Snij hem open; als er geen vruchtvlees in zit, heb je zeker te maken met een sierkalebas.
  • Kook een stukje vruchtvlees: is het bitter, dan heb je weer een sierkalebas, of een kruising tussen sierkalebas en eetbare pompoen. Als het lekker smaakt, dan heb je een eetbare pompoen.
  • Bittere vruchten eet je uiteraard niet op; dat ene Duitse koppel dat vorige zomer bittere courgettes helemaal opat, werd ziek en/of stierf. De bittere stof, cucurbitacine, zit enkel in wilde pompoenen en in die siervruchten: bij eetbare pompoenen is die stof weggeselecteerd.

Vraag 7: Als ik daar zaad uit haal, heb ik dan weer hetzelfde ras?

Antwoord:

Alle pompoenbloemen worden driftig bezocht en bestoven door hommels en bijen. Die brengen stuifmeel van heel andere rassen over, en zorgen dus voorverbastering.

Verrassing gegarandeerd, ja, maar als je buren dit jaar sierkalebassen, of wansmakelijke pompoenen van 100 kg kweken, kun je daar het volgende jaar bastaarden van hebben. Meestal met minder smaak en een hardere schil: is het dat wat je wil?

Vraag 8: Hoe wordt er professioneel aan zuivere zaadteelt gedaan?

Antwoord:

Gecontroleerde bestuiving is de sleutel. Overdek een veld pompoenen met gaas of een serre, en stop er een hommelvolk bij.

Resultaat: alle vrouwelijke bloemen worden bestoven door stuifmeel van hetzelfde ras, en alle pompoenen die hieruit groeien, bevatten raszuiver zaad!

Vraag 9: Hoe zit dat met Halloween?

Antwoord:

Je kunt natuurlijk elke pompoen wel uithollen en van een kaarsje voorzien. Er zijn echter speciale Halloweenrassen (bijvoorbeeld Big Tom) die mooi geribd en oranje zijn; ze bestaan in diverse maten, en laten zich makkelijker uithollen. De smaak en bewaarbaarheid van deze lantaarnvruchten laten dan weer te wensen over.

Vraag 10: Waar vind je zaden van al die bijzondere rassen?

Antwoord:

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s