Categorie archief: bes

De braam en de merels (en de tuinier)

joan squire en triple crown  (1)
Deze bramen  – en framboos Joan Squire – springen zo in je mond.

De hoofdrolspelers in dit verhaal.

De braam heet Triple Crown: een Amerikaans doornloos ras van eind vorige eeuw. Heel zoete, grote vruchten, veel beter dus dan die oudere rassen, zoals Black Satin (zùùr!) of Oregon Thornless (met dat mooie ingesneden blad, met kleine, vrij droge vruchten).

De merels: een jong vrouwtje en dito mannetje.

Die tuinier ben ik, hé, al sinds mijn prille puberjaren.

En dan is er nog een speler, maar die zegt niks, en die heeft misschien ook niks gedaan. Je vindt hem aan het einde van dit stuk.

Scène 1: de eerste bramen rijpen.

Aah, elk jaar kijken we weer uit naar Triple Crown. De overvloed van rode, over paarse, tot zwarte frambozen valt na half juli stil, en de meeste andere bessen (rood, roze, wit, zwart, kruis- en josta-) zijn dan ook op hun retour. Voorzichtig pluk ik die eerste rijpe bramen: ze zijn perfect als ze bij een lichte aanraking loslaten. Wie aan bramen zit te trekken, krijgt zure bessen voor z’n moeite. Mmm: die eerste mondvol bramen.

Scène 2: merels op bezoek

De jonge merels zijn blijkbaar tuk op onze bessen. Ze zitten eerst op een bramentak of op de pergola om vruchten aan te pikken, maar worden stilaan handiger. Zo zie ik er eentje, vanuit stilstand op het gazon, naar een braam op 100 cm hoogte springen: tsjakkaa! En dan met de buit wegvliegen.

Scène 3: de verbaasde tuinier.

Hé? Jullie hebben toch massaal lekkers in de buurt? Op amper 3 seconden vogelvlucht ligt het verwilderde voormalige Maria’s Hofke, met wilde bramen, veel frambozenstruiken etc. Daar is toch genoeg te vinden? En als jullie dorst zouden hebben: op ons garagedak heb ik speciaal voor jullie drinkbakjes en plonsbadjes gezet. Gratis! En waarom staan jullie zoveel vroeger op dan wij?

Scène 4: het arsenaal en de onverstoorde merels.

triple crown en vogelschrik (7)
Rood-wit lint, ballon met ogen, etc: meestal werken ze wél!

Ik heb wat linten, ballons en ouwe cd’s liggen, die ik pas bovenhaal als de nood het hoogst is. Een paar jaar geleden telde ik zo de aangepikte aardbeien, en ik installeerde het afschrikarsenaal pas zodra ik er twintig had geteld. Ik wil eerlijk delen, maar mijn gezin moet ook wat te eten hebben, snappen jullie dat? En in principe snappen de vogels het wel, tenminste een tijdje. Dan hang en zet ik die glinsterdingen weer wat anders, en blijven ze weer enkele dagen weg. En nee, geen netten: daar raken vogels alleen maar in verstrengeld.

 

Enfin: dit jaar werken die afschrikmiddelen nauwelijks. De merels blijven bramen pikken: als de schrikballon vooraan staat, gaan ze achterin – en andersom. Ik bekijk het maar, en beschouw het als een sport, hoor: een wedstrijdje mens versus cultuurvolgend beest. Gelukkig zijn er net ook veel appeltjes aan onze July Red, en mogen we pruimen plukken bij vrienden.

Scène 5: weg

En dan opeens, na drie weken, blijven de merels allebei weg, zonder afscheidsbrief. Wij plukken bramen.

Epiloog

De tuinier zoekt vooral naar verklaringen en remedies; de heel ecologische tuinier en/of permacultuurmens gaat daar nog veel dieper en holistischer in. Zo van: je ecosysteem is nog niet op punt. Of: snoei met afnemende maan. Als jij dit leest, zul je ook de drang voelen om jouw ervaring en jouw goeie raad te delen, en dat mag uiteraard. Maar, heel concreet observeer ik alvast dat bovenstaand scenario elk jaar weer anders is: het ene merelseizoen is het andere niet. In mijn vader z’n moestuin happen de mussen aan alle groene sla, en bij Fernand – 300 meter verderop – pikken ze de groene én de rode sla. Daar is geen snappen aan.

De natuur heeft de mens, op de keper beschouwd, niet nodig, en doet haar zin. De weldoorvoede mens van tegenwoordig heeft die bramen strikt genomen ook niet nodig, en gaat gewoon winkelen, wanneer hij te veel heeft moeten delen met vogels, wateroverlast, bladluis of schimmel. Zo ging het duizenden jaren lang niet, hoor: meteen ingrijpen, dat was telkens de boodschap;  anders hadden onze voorouders geen eten. De kinderen moesten bijvoorbeeld de oogst bewaken tegen vogels en andere dieven: ken je je geschiedenis wel?

Ik heb onze kater ook aangesproken over die merels, maar hij zwijgt wijselijk. Gewoon observeren zonder te oordelen, dat kan hij als de beste: hij is de mindfulste tuinier die ik ken. Z’n bakje kattenvoer staat dan ook altijd klaar…