Categorie archief: zaad winnen

Graan uit de tuin

Graan, dat kweken boeren op grote velden, maar wie kweekt dat nu op  (heel) kleine schaal, dus in een groentebed? In de Lusthof, gewoon bij wijze van experiment, dus wel.  Met naaktzadige gerst en met amarant heb ik al enkele jaren ervaring. Aan jou om aan te vullen.

Amarant, multifunctioneel en hip

amour-rejetee-oogst-2
Amour Rejetée: de naam alleen al!

Zet eens amarant in je tuin, om de volgende drie redenen tegelijk:

  • Z’n vormen- en kleurenrijkdom zijn nogal uitdagend: niet meteen iets voor de huidige trend van beton-buxussiertuinen, maar eerder richting cottage garden en van dat. Niet dat ik me ooit iets van tuintrendvoorschriften aantrek, hoor.
  • Als bladgewas: je kunt amarantblad eten als spinazie, melde, … Beetje neutraal en saai, als je het mij vraagt.
  • Hype, hype, hoera: amarant is een hippe graansoort in de winkel wegens glutenvrij en superfood en ook al omdat alle negen aminozuren erin zitten. Daar kunnen echte granen en peulvruchten niet tegen op!
    Z’n nichtje, quinoa, is zo mogelijk nog hipper, maar – naar het schijnt – moeilijk correct uit te spreken, en indien zelf gekweekt ook moeilijk saponine-/bittervrij te krijgen. Quinoa is dus niet aan mij besteed.
    Wil je weten hoe klein amarantzaadjes zijn? Er gaan er naar het schijnt 500000 in één kilo!

Soorten, rassen en teelt

O, amarant is eigenlijk geen graan, maar we doen vandaag even alsof. Dit pseudograan  is van de ganzenvoetfamilie, snap je, dus verwant met spinazie, biet en melde, en die quinoa van daarnet.

Amarantsoorten komen van nature voor in alle subtropische en tropische streken, en van al die soorten – onder meer het onkruid papegaaienkruid – kun je het blad en de zaden eten. Voor het zaad zijn er drie soorten, die allemaal uit Zuid-Amerika komen: Amaranthus hypochondriacus, A. caudatus en A. cruentus. Ik heb ervaring met de rassen Autumn Palette (100 cm hoog, met opstaande lichtgele bloei en lichtbeige zaden) en Amour Rejetée (150 cm, met hangende rode pluimen en rode zaden).

Ik zaai in maart, in potjes: tien planten volstaan voor een mooi rijtje en een goeie opbrengst. Dat voorkweken doe ik ten eerste omdat de kiemplantjes nogal lijken op een aantal plaatselijke verwanten: melganzenvoet, aardbeispinazie en boomspinazie bijvoorbeeld. Maar ook omdat ik die vorstgevoelige Latijns-Amerikaanse zaadamarantjes een extra maand voorsprong wil geven binnen. Uitplanten doe ik dus net na de ijsheiligen.

Gerst, maar dan naaktzadig

Wie gerst zegt, zegt bier, toch? Daar bestaan inderdaad veel rassen en velden voor, maar bepaalde types gerst (naakte, dus zonder het moeilijk te verwijderen velletje) worden al eeuwen gebruikt in tsampa, het Tibetaanse basisvoedsel. O, en ook gerst is natuurlijk een bijzonder voedsel – wat had je gedacht?

img_0015
Lawina wordt amper 80 cm hoog, en rijpt snel.

Enkele jaren geleden kreeg ik op een ruilbeurs een twintigtal zaden van Lawina, een recent Duits naakt gersteras – meer bepaald een zomergraan, dus in het voorjaar te zaaien. Voor de zekerheid zaaide ik die twintig zaden begin maart in potjes in de serre: achteraf gezien  slim, want een maat van mij zaaide vollegronds, en constateerde dat de vogels tuk waren op àlle graantjes. Gerstplantjes kunnen eind april wel veilig de grond in.

Mooi, zorgeloos

Beide gewassen trekken de aandacht, hoor. De bloeiwijzen van amarant hangen of staan prominent in de tuin, en de gerst ziet er eerst heel grasachtig uit, tot stilaan de jonge aar tevoorschijn komt. Elke dag kijken, dat kan ik je aanraden, maar verder heb je er geen werk meer aan tot aan de oogst.

Oogsten, dorsen, schonen

Wanneer oogsten we? Eén: als de eerste zaden vanzelf uit die aren/bloeiwijzen vallen. Regelmatig observeren dus. Twee: op een droge dag. Een verregende zomer kan dus de hele oogst vernielen.

Lawina heb ik al twee keer begin juli geoogst, en de twee amarantrassen die ik persoonlijk ken, waren begin september rijp.

amour-rejetee-oogst-3
Even wrijven en de amarantkorrels komen vanzelf los. Nu nog het kaf verwijderen.

We snijden de aren gewoon met een sikkel af, en laten dan de hele oogst op een zeil drogen, onder een of ander dak: in de serre, in de garage – of overdag in de volle zon. De gerstaren zijn fijn en drogen snel, maar de aren amarant zijn dikker en moeilijker droog te krijgen.

Dorsen is al zo oud als de landbouw: ik trappel op de vele aren – bij voorkeur in een grote metselkuip. En/of ik wrijf, met stevige tuinhandschoenen aan, de oogst tussen mijn handen, en/of door een grove zeef. Na nog een paar uren wrijven, zeven en wannen is het zaad schoon genoeg. Een leuk werkje, met mooi resultaat!

In de keuken

img_0008
Lawina met rode biet, tofu, tzatziki, komkommer: mmm!

De eerste gerstschotel was een culinaire voltreffer: de smaak deed helemaal denken aan de spelt die vrienden in Italië kweken: vol, notig, zoet. De bereiding was simpel, hoor; gewoon zoals rijst, dus één deel graan plus twee delen water, en een mespuntje zout.

Zo heb ik ook amarant bereid, maar het resultaat was heel anders: het gerecht rook naar (de verwante!) rode biet, en dat is een grappige verrassing., en de gekookte zaadjes vormden al gauw een kleverige massa. Hier in huis was ik de enige die die brij dan at – en de smaak viel prima mee.  Nu, tegenwoordig doe ik gewoon een handje vol amarantzaadjes in elk desembrood dat ik bak. Dat geeft leuke puntjes in het brood, en een goeie smaak.

De moeite?

amour-rejetee-oogst-7Van 10 planten oogstte ik 4100 gram amarantzaad; van 50 gerstplanten hadden we ongeveer 600 gram graan. Tja, in de biowinkel koop je die hoeveelheden voor een paar euro’s, dus als ik mijn tijd moet rekenen, ben ik er veel aan kwijt. Dan zijn aardappelen veel makkelijker en winstgevender. Slotsom: volgend jaar kweken we weer amarant en gerst, en wellicht nog een ander graan. De winter is lang, en we gaan weer ruilen met zoveel andere liefhebbers.

Zaad kopen of ruilen?

Van Lawina kun je 20 zaden bestellen – zo ben ik ook begonnen –  van amarant Amour Rejetée een halve theelepel (dat zijn al 500 zaadjes). Of evenveel van een driekleurig amarantmengsel.

Advertenties

Zaad winnen en ruilen

Waarom zou je zelf géén zaad winnen?

Er zijn ontelbare winkels (online en fysiek) en zadencatalogi, waarin je voldoende zaden vindt. Professioneel gekweekte zaden staan garant voor kwaliteit, en voor de prijs hoef je het niet te laten. Of toch?

Waarom zou je zelf zaad winnen?

  • Je ziet de hele cyclus van de plant;
  • Bloeiende groenten zijn mooi en trekken nuttige insecten aan;
  • Om vers zaad te hebben dat goed en snel kiemt. Pastinaak bijvoorbeeld verliest heel snel zijn kiemkracht.
  • Om een moeilijk te verkrijgen ras zelf in handen te houden. Vele oude bonenrassen worden zo bijvoorbeeld bewaard door amateurs. Zo bewaren wij mee biodiversiteit: niet op min 18 graden – zoals grote bedrijven en instellingen dat doen, maar in situ,  dus op het veld zelf.
  • Om zelf een ras te verbeteren, jaar na jaar: zelf telkens weer de juiste ouders selecteren, en zo jaar na jaar net die groente behouden en verbeteren. Zo zijn we al 20 jaar bezig met Orange Butternut, een van onze lievelingspompoentjes.

    orange butternut
    Orange Butternut
  • Om een toevallige mutant of kruising, of een bewuste kruising te bewaren.
  • Voor gedeeld plezier: er zijn duizenden tomatenrassen in omloop in amateurskringen, gewoon al omdat er zoveel zaadjes in één tomaat zitten dat je er onder elkaar gerust wat kan van delen willen we die overvloed ook delen.
  • Je zelfgewonnen zaad is gewoon een leuk ruilmiddel of cadeau.
  • Je spaart geld uit (da’s heel relatief) – of, als je het anders bekijkt: zaden brengen minstens honderd keer meer op dan je spaarboekje.

Wat heb je nodig om zaden te winnen?

  • Tijd en geduld: voor veel gewassen duurt het enkele maanden eer de hele cyclus rond is.
  • Plaats: ter plaatse (meestal) of op een apart bed. Let op de vruchtwisseling!
  • Een plaats om zaden te drogen;
  • Papieren zakken en zakjes; emmers en teilen om je zaden in te verzamelen;
  • Diverse vergieten en/of zeven om je zaden te schonen;
  • Een beetje durf, kennis, aandacht, groene vingers.

Van makkelijk naar moeilijk:

  1. Met veldsla, winterpostelein, kervel, zomerpostelein, rucola, tuinkers, … kun je bijna niets fout doen.
  2. De meeste tomaten: gewoon de rijpe zaadjes eruit halen en drogen (fermenteren kan ook).
  3. Vleestomaten-met-apenkontje,  paprika,  hete peper, suikermais:  scherm de bloemen af tegen vreemde bestuivers, bv door een netje.
  4. Tuinboon en andere boon, erwt, radijs, melde, sla, mosterd, …: gewoon de beste planten laten staan en steun geven!
  5. Peterselie, prei, ui, selderij, schorseneer, warmoes, biet, andijvie, de meeste kolen, …: idem, maar ze zijn tweejarig! Je kunt ze op een apart bed planten na de winter.
  6. Pompoenen en courgette moet je met de hand bestuiven!

    zaad van kool: bijna schoon
    zaad van kool: bijna schoon

Let op:

  • Kies enkel de mooiste, beste planten.
  • Win zaad van zaadvaste rassen: volgend jaar geven die precies dezelfde gewassen.
  • Van hybride rassen zaad winnen geeft zeer variabele resultaten.
  • Vermijd inteelt door minstens 10 (maar liefst 20) planten te laten bloeien van mais, kool, biet. (Je snapt meteen waarom er wel zoveel tomatenverzamelaars zijn en zo weinig bloemkoolverzamelaars.)
  • Snijbiet kruist met rode biet; alle kolen kruisen onderling; …: voorkom verrassingen (zeg maar verbastering) en begin met één ras tegelijk te laten bloeien.

Wil je (veel) meer weten over zelf zaad winnen?

Velt heeft een leuk basisboekje, met de nodige inzichten en technieken om goed zaad te winnen.

Ruilen!

  • Je kunt natuurlijk altijd met ons zaden en plantjes ruilen – hier vind je ons aanbod – maar het wordt nog leuker als je dat op een beurs doet, met tien, honderd of duizend andere aanbieders.
  • Zo’n beurs bestaat misschien al in je buurt – of je start er zelf eentje op.
  • Op 27 februari organiseerde de Velt-Zadenwerkgroep een (inter-)nationale ruilbeurs in Lier. Wordt vervolgd…za