Het geloof in tagetes

Binnenkort staan ze weer in vele tuintjes: een rijtje van die schattige, dubbele afrikaantjes. Goed tegen ziektes, zegt de ene tuinier. Tegen de aaltjes, zegt de andere. Het helpt echt, hoor, verzekeren ze me; al weten ze niet meer van wie ze dat geleerd hebben: in een biologische tuin kun je niet zonder tagetes, hoor – blijkbaar. Of hoe zit dat?

Helpen tagetes, en hoe dan?

Wel, hier lees ik: tagetes scheiden via hun wortels o.a. thienylderivaten af die dodelijk zijn voor (bepaalde) aaltjes. De cysten (zeg maar: de eitjes van de aaltjes) ontwaken, maar de aaltjes vinden in tagetes geen geschikte waardplant en gaan dood.

Even opletten:

  • TegTagète Némagonen aardappelziekte, preimineervlieg, … en vele andere problemen helpen tagetes niet. Net zoals sommige mensen denken dat antibiotica helpen bij griep, hé. Veel tuiniers weten niet precies wat er aan de hand is met een gewas.
  • De geur van tagetes is dan wel bijzonder voor ons, maar fopt de meeste insecten niet – laat staan schimmels en bacteriën.
  • Voor een aaltjesdodende werking moet je de juiste soort tagetes zetten, meer bepaald Tagetes patula, met rasnamen als ‘Ground Control‘ en ‘Nemagon‘. Deze rassen zijn allemaal forse groeiers (minstens 80 cm), en hebben enkele bloemen – niet van die sierdubbele.
  • Dubbelbloemige-tagetesplantjes-uit-het-tuincentrum geuren nauwelijks, en produceren onvoldoende (of zelfs geen) thienylderivaten om aaltjes te doden. Nutteloos dus.
  • Overigens: hoe ecologisch is het gemiddelde tuincentrum waar je je afrikaantjesplantjes koopt?
  • Om aaltjes te doden moet je je hele perceel vol zaaien of planten met die juiste tagetes, en die teelt minstens drie maanden aanhouden.
  • Tagetes patula doodt weliswaar enkele schadelijke aaltjessoorten, maar laat vele andere soorten (waaronder schadelijke) ongemoeid.

Maar wat doe je dan tegen je aaltjes?

  • De grootste plaag in de moestuin is onwetendheid.
  • Er zijn heel veel aaltjessoorten, waaronder nuttige, schadelijke, roofaaltjes die andere aaltjes opeten, aaltjes die slakken of engerlingen opeten,
  • Je kunt de meeste aaltjes niet zien, hoor. Ze zijn meestal maximum 1 mm groot.
  • De meeste ecologische tuiniers hebben geen last van aaltjes, maar meestal van andere beestjes en van ziekten op hun gewassen.
    Schadelijke aaltjes zijn met name een probleem in de klassiek bewerkte velden: daar is er – in vergelijking met de ecologische tuin – nauwelijks bodemleven. Kunstmest, diepe bodembewerking, krappe vruchtwisseling, … dragen bij tot een dode bodem waarin enkele schadelijke soorten gauw vrij spel hebben.
    Een levende bodem in een ecologische tuin bevat juist bijzonder veel soorten fauna, schimmels, flora, … in een dynamisch evenwicht: zo kan er geen enkele soort domineren.
    Door vruchtwisseling  en door gebruik van goeie compost dijk je de meeste aaltjesproblemen (en andere beestjes en schimmels) al in.
  • Loop niet op je bedden:
    • (Schadelijke) aaltjes verplaatsen zich niet makkelijk van het ene bed naar het andere. Tenzij – en vooral! – via je laarzen of ander schoeisel: blijf dus van je bedden af!
    • Roofaaltjes zijn groter dan schadelijke aaltjes, en hebben graag luchtige grond, waar ze vlot in kunnen bewegen. Luchtige grond krijg je niet zozeer door in je bodem te woelen of te spitten, maar door met je voeten van je bedden af te blijven.
    • Onze bedden zijn ongeveer 120 cm breed: we werken vanaf de paden; deze werkwijze heeft veel voordelen, en werkt dus ook tegen schadelijke aaltjes. Efficiënter dan je tagetes, eigenlijk…

 

Waarom planten tuiniers dan tagetes?

In de jaren ’70 en ’80 van vorige eeuw propageerden biologisch tuinierende pioniers – onder wie Rik Dedapper – de teelt van tagetes (uitsluitend die grote, enkelbloemige variëteiten, ja) om grond te ontsmetten.

Sindsdien zijn er meer wetenschappelijke inzichten over de precieze rol en mogelijkheden van tagetes, zoals hierboven beschreven, maar bij vele tuiniers is gewoon de plaat blijven hangen bij ‘Tagetes tegen aaltjes‘ of, bij uitbreiding ‘Tagetes (maakt niet uit welke) tegen alle tuinproblemen‘.

Bij dit soort tradities vertel ik meestal dit mopje:

Een vrouw gaat worst in de pan bakken. Zij snijdt eerst de twee uiteinden eraf. Haar man vraagt: ‘Hé, waarom snij je die topjes af?’ Ze antwoordt: ‘Dat moet je eens aan mijn moeder vragen, die doet dat ook altijd.’ Ze gaan naar haar moeder. ‘Mama’, vraagt de dochter, ‘Waarom snij je altijd die topjes van de worst af?’ ‘Tja,’ zegt de moeder, ‘Dat moeten we aan bomma vragen, die deed dat ook altijd.’ Die avond gaan ze naar bomma… ‘Bomma, waarom snij je altijd de topjes van de worst voor je ‘m bakt?’ ‘O, die topjes?’ zegt de bomma… ‘Dat heb ik van mémé zo geleerd. Maar waarom? We vragen het haar morgen in het rusthuis.’ De volgende dag staan ze daar met z’n allen: ‘Mémé, waarom sneed je vroeger altijd de topjes van de worst?‘ ‘Wàt?’ roept mémé, ‘bakken jullie nog altijd in dat veel te kleine pannetje?’

Het planten van die dubbelbloemige-tagetesplantjes-uit-het-tuincentrum is volgens mij vooral een nieuwe invulling van een veel oudere traditie. Eeuwen lang stopten boeren en tuinders op Palmzondag gewijde palmtakjes op de hoeken van hun veld. Tegen onweer, ziekten en plagen – maakt niet uit wat.

Hielpen die palmtakjes? Brengt een klavertje vier geluk? Houden dubbelbloemige-afrikaantjes-uit-het-tuincentrum ziekten en plagen weg? Als je erin gelooft, dan héél misschien wel… Magisch denken heet dat, en daar is op zich niks fout mee.

Mensen zullen altijd verhalen en gewoontes overnemen en aandikken, tot de oorspronkelijke toedracht zelfs helemaal niet meer klopt. Let er eens op: tradities uit andere culturen vinden we heel vreemd, maar onze eigen tradities doodnormaal.

Hebben wij afrikaantjes in onze tuin?

Tuurlijk. Eigenlijk meer goudsbloemen, want die zaaien zichzelf vlot uit – en nog veel andere eenjarige, tweejarige en doorlevende bloemetjes. Enkelbloemige, dat spreekt vanzelf, want die leveren nectar en/of stuifmeel aan veel nuttige insecten. We laten ook veel groenten bloeien, die trekken ook weer goeie beestjes aan. In een moestuin horen kleuren, geuren en gezoem.

We trekken dus jaar na jaar goeie helpers aan, en dat is volgens de wetenschap, ons gezond verstand en vele jaren ervaring, nuttiger dan tagetes-tegen-aaltjes.

Hoe is het met jouw afrikaantjesgeloof?

Schrijf je commentaar hieronder!

 

Advertenties

7 gedachten over “Het geloof in tagetes”

  1. Hier geen tagetes in de tuin. Ik vind ze zo verschrikkelijk lelijk, samen met bloemriet, Pelargoniums, …
    Het enige probleem in mijn tuin zijn de slakken, maar ik heb ondertussen een manier geleerd om zelf aaltjes te kweken tegen de slakken…

    Liked by 1 persoon

  2. Hier niks te tagetes. Ik vind ze ronduit lelijk. Wel veel andere bloemen, ook in de moestuin, want wij willen wat meer dan vijftig tinten groen 😉
    Qua “vervelende beestjes” valt het hier wel mee, al lijken de slakken momenteel wel heel gretig al het prille malse groen aan te vallen…

    Like

  3. Mijn Afrikaantjes staan er vooral als slakkenvoer😋 In de hoop dat ze de andere planten met rust laten. Je kunt ze dan in de avond makkelijk uit de planten plukken. Wat overleeft heb ik vooral voor de “mooi” en de geur.

    Like

  4. Ik vind ze ook zo lelijk. Ach, mijn tuin groeit vooral zoals ie groeit en wat ik echt niet mooi vind dat haal ik weg. Het meeste mag dus blijven staan 😉 Mijn moestuin staat grotendeels in potten omdat de grond hier in de omgeving niet zo schoon is.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s