Categorie archief: serre

Slow composting

Kippenrencompost

Makkelijker dan zo’n echte composthoop opzetten: we gooien gewoon al ons organisch afval in onze langgerekte kippenren, en die doen daar hun ding mee. Misschien beoefen je die luie methode ook al lang – maar lees verder en kijk hoe wij daar een heel systeem van maken, met onderweg en uiteindelijk een aantal fijne resultaten.

Biodiversiteit, ook bij het composteren

Onze ingrediënten zijn zo divers mogelijk: zo krijgen we de goeie mix van bijvoorbeeld groene en bruine materialen, maar zelfs daarin gaan we lekker breed. Ik som wat op:

  • Grasmaaisel – ook van de buren (en die gebruiken geen herbiciden of zo op hun gazon)
  • Keukenafval: als daar nog wat lekkers tussen zit, halen onze kippen plus haan dat er wel uit. Qua theezakjes weren we die driehoekige, synthetische dingen, want die verteren niet. Noten- en eierschalen, én fijngemaakte mosselschelpen: die gaan er zeker in, in weerwil van bepaalde reglementen en angsten.
  • Tuinafval – en dat is geen afval, dat weet je. Dus: alle groenteloof, inclusief aardappel- en tomatenloof (je moet of kunt de schimmelsporen immers toch niet vernietigen; je moet gewoon resistente aardappelrassen planten, en je tomatenblad zo droog mogelijk houden). Ook zoveel mogelijk snoeihout: zo dik als de snoeischaar  aankan, en gewoon in stukjes van 10 tot 15 centimeter lang. We hakselen niet, nee.
  • Kippenmest, gekregen houtsnippers en snoeisel van coniferen: hup, allemaal de ren in!

Met dat alles krijg je wel een goed evenwicht – en een moddervrije ren.

composteren-in-de-kippenren-6
Takjes van zwarte framboos, appeltwijgjes, en zoveel meer: onderweg naar de serre.

Schep & scharrel

Ik start in mei met een hoopje aan het kippenhok, en dat wandelt -nee: kruipt! – dan noordwaarts, naar de serres toe. Vijftien meter, heel op het gemak, maanden lang. Dat kruipen gaat zo: met de riek gooi ik, om de week of wanneer ik zin heb, de hoop een heel klein beetje verderop, richting serres. En dat maanden lang. Soms ontstaat er even een hoopje – en dat kan wel ’s broeien: dan zitten de kippen zich erop te warmen – maar even later scharrelen ze die hoop alweer uit mekaar, op zoek naar compostwormen, pissebedden en zoveel meer. Af en toe strooi ik een handvol gesteentemeel of bentoniet bovenop de hele laag: de pieren zijn er gek op.

Onderweg

Het hele proces gaat er dus traag aan toe: alles mag rustig half of heel verteren. Onze bessenstruiken, aan de castanea afsluiting, zitten ondergronds mee te genieten van zoveel eten dat voorbij schuift.

In het voorjaar schep ik de hele bovenste kippenrenlaag (20 cm dik) de tomatenserre in. Daar blijft dat spul een heel jaar verteren én eten geven aan de tomaten. Op het eind van het jaar komt het afgewerkte product (nu een laag van 10 cm dik) dan kruiwagengewijs naar de moestuin.

img_0021
Zo komt de compost dan uit de tomatenserre: heel af en toe nog een herkenbaar takje, hé.

Hoe lang is die compost dan onderweg geweest? Neem een frambozentakje dat ik in augustus 2016 in de kippenren verknip: omstreeks december 2017 komen z’n bijna helemaal verteerde restanten terecht in de moestuin.

Ach, het is tegenwoordig bon ton om te zeggen dat humus niet bestaat. Het is gewoon allemaal energie die onderweg is van de ene levende plant naar de andere, en in onze tuin gebeurt dat maximaal en bijzonder traag. De reis is belangrijker dan de bestemming, weet je wel.

Werk?

Ik krui en schep heel geregeld wat: fitness op m’n dooie gemak. Ik kan het je aanraden.

 

Winterwerk in de serre

Ligt onze serre droog en leeg de hele winter? Nee, natuurlijk niet: we gaan voor veel vocht en verse groentjes, want da’ s beter voor de serregrond én we hebben extra productie.

Dit jaar kwam de tomatenserre pas vrij eind december; gewoonlijk bepaalt een eerste strenge vorst in november al wanneer het uit is met de tomatenteelt. Hoe dan ook: op dat moment is de grond vrij – en kurkdroog.

Tijd dus om water te geven! Het staat in alle boeken, en ook alle ervaren tuiniers weten dat je de grond tijdens de winter moet doorspoelen, om opstapeling van zouten in de bovenste bodemlaag te vermijden. Sneeuw in je serre scheppen – zo’n oude methode – is achterhaald, hoor: je brengt daarmee véél te weinig water binnen, én intussen is je grond werkloos en koud.

Wat is dan onze methode anno nu? Wel: de bodem krijgt minstens 150 liter per vierkante meter, en dat over de hele winter gespreid. Ik maak daartoe rijstveldjes: bedjes van ongeveer 120 cm breed, met dammetjes ertussen. Gewoon met de hark gemaakt, hoor: door 22 jaar compostaanvoer is de grond lekker kruimelig.

'Rijstveldjes' bevloeien.
‘Rijstveldjes’ bevloeien.

Vervolgens laat ik elk veldje vollopen met opgespaard regenwater, en dan zakt het water na een kwartier wel weg. Uiteraard doe ik dat niet met emmertjes, maar gewoon door de kraan open te zetten: ondergronds komt er een hele leiding in de serre aan, die ons het opgespaarde regenwater van een vat (2000 liter) in de kippenren brengt. Op een uur tijd is dat vat leeggelopen, en staat de hele serre onder water.

IMG_0096
De vochtige veldjes: het water is net weggezakt.

Na een uur of twee is de grond dan bewerkbaar. Met de woelriek maak ik de grond los.

Links de losgemaakte grond, met woelriek
Links de losgemaakte grond, met woelriek

Volgende – zeer eenvoudige – bewerking: even harken. Vanaf nu werk ik uiteraard enkel nog vanaf de dammetjes en het hoofdpad: het zou zonde zijn om die losgemaakte grond weer aan te stampen.

Netjes geharkt
Netjes geharkt

Tot slot: zaaien! Rucola, sla, kervel, dille, tuinkers, radijs, … kunnen – zeker als jong plantje – behoorlijk wat kou hebben. Ze zullen de rulle, vruchtbare grond dankbaar doorwortelen, en in het voorjaar hebben we dan veel vers lekkers.

De rucola is gezaaid
De rucola is gezaaid